Babydragen als krachtig hulpmiddel om een veilige hechting te vormen


De relatie met de ouders is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van een baby. De hersenontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, het zelfvertrouwen en zelfbeeld alsook de sociale ontwikkeling worden er sterk door beïnvloed.
Bij volwassenen met psychische en/of persoonlijkheidsproblemen kan dit vaak worden teruggeleid naar een onveilige hechting in hun kindertijd.

sensitiviteit en afstemming, de sleutels voor een veilige hechting

De belangrijkste voorwaarden om een veilige hechting tot stand te brengen zijn sensitiviteit en afstemming van de ouders.
Een ouder moet de signalen die zijn baby geeft opmerken (sensitiviteit) en daar dan iets mee doen, zijn gedrag erop afstemmen.
Hoe beter een ouder zijn kind kent, hoe beter de afstemming gebeurt.

Beschikbaarheid en nabijheid zijn hier belangrijke voorwaarden.
Wanneer je baby in een kamertje apart ligt, is het moeilijk om die eerste hongersignalen (het smakken met de lipjes of vuistje naar de mond brengen) te zien. Je baby’s honger moet al zo groot worden dat hij gaat huilen om zijn nood kenbaar te maken.
Huilen is een laatste noodsignaal, meestal gaan daar al vele subtiele signalen aan vooraf.

mama met borelingDe natuurlijke plaats van een baby is op het lichaam van zijn of haar verzorger.

Door je baby dichtbij te dragen herken je zijn eerste signalen van honger, pijn, dorst, verdriet, … en kan je snel en adequaat reageren. Het resultaat: een tevreden baby die telkens opnieuw ervaart dat er iemand is wanneer hij iemand nodig heeft.

Hierdoor krijgt hij een stevig basisvertrouwen in zijn verzorgers en de wereld rondom. Vanuit dit basisvertrouwen kan hij de wereld rondom zich gaan verkennen. Eerst vanop je heup, door je blik te volgen en te zien wat jij doet. Daarna rondkruipend door de kamer. Enkele maanden later klauterend op een trap of in de tuin wandelend.

Baby’s die veel gedragen worden huilen minder en ontwikkelen zich tot zelfstandige peuters.

Je baby verliest weinig energie door te huilen en kan deze energie richten op belangrijkere zaken: groeien en leren.

Hierdoor krijgt hij een stevig basisvertrouwen in zijn verzorgers en de wereld rondom. Vanuit dit basisvertrouwen kan hij de wereld rondom zich gaan verkennen. Eerst vanop je heup, door je blik te volgen en te zien wat jij doet. Daarna rondkruipend door de kamer. Enkele maanden later klauterend op een trap of in de tuin wandelend.

Baby’s die veel gedragen worden huilen minder en ontwikkelen zich tot zelfstandige peuters.

Je baby verliest weinig energie door te huilen en kan deze energie richten op belangrijkere zaken: groeien en leren.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf − drie =