Blog

Hoe kan je je baby dragen: op de buik, heup of rug?

Buikdragen

Je kan je baby op je buik dragen vanaf dag 1 tot zolang het voor jou en je kindje comfortabel voelt.
Na enkele maanden krijgt je baby interesse in de wereld rondom en wil hij soms rondkijken. Dit is niet makkelijk vanuit een buikpositie.

Wil je je baby juist tot rust brengen om te slapen, dan is buikdragen ideaal. Bij de geur van je huid en het geluid van je hartslag, voelt je baby zich veilig en kan hij zich ontspannen.

 Draag je kindje steeds buik tegen buik en niet rug tegen buik met het gezicht naar voor!

  • Kleine baby’s worden snel overprikkelt. Wanneer ze rug tegen buik zitten, kunnen ze zichzelf niet wegdraaien wanneer ze nood hebben aan rust of angstig zijn.
  • In de positie waarin ze naar voor kijken wordt de rug van je baby door jouw borst en buik in een verkeerde positie geduwd.
  • Enkel in specifiek gevallen waarin een baby bepaalde therapieën nodig heeft of de rug een andere ondersteuning, kan de rug tegen buik positie worden gebruikt. Dit op advies van de behandelende arts en bij voorkeur met de hulp van een draagconsulent.

Heupdragen

In tegenstelling tot wat je vaak leest, kan je vanaf dag 1 je baby op je heup dragen. baby op de heup in ring sling

Je heup is namelijk het smalste deel van je lichaam. Het risico op het overstrekken van de beentjes van je baby is kleiner wanneer je ze op je heup draagt. Vooral bij een vrouw is de kromming van de heup zelf een natuurlijk ‘kussen’ voor de baby.

Wanneer je je baby op je heup draagt, kan hij gemakkelijk oogcontact met je maken. De afstand is ongeveer dezelfde als bij borstvoeding, nét die afstand waarop een pasgeborene helder kan zien.
Na enkele maanden kan je baby jouw blik volgen en vanop zijn veilige plek bij jou kennismaken met de wereld rondom. Wordt het even teveel, dan kan hij zelf zijn hoofd tegen je aan dragen en even een dutje doen.

Rugdragen

Met een geweven draagdoek kan je je baby op de rug dragen vanaf wanneer je je er zelf klaar voor voelt. Met een kleintje geeft het een heel ander gevoel dan op je buik omdat je je baby niet meer direct ziet. In principe kan het dus ook vanaf de geboorte. De meeste ouders wachten echter tot hun kindje wat ouder is (tussen 3 en 6 maand)

Santa Toss klaarmakenEen klein baby breng je op je rug door ze eerst liggend in het doek in te pakken. Wanneer het ‘pakje’ stevig zit, zwaai je ze met de ‘Santa Toss’ in een keer op je rug. Dit is de eerste keren best griezelig. Het aanleren van een rugknoop is dan ook voor veel ouders de reden om de hulp van een draagconsulent in te schakelen. Zo kan je eerst uitgebreid oefenen met een draagpop en zo voelen dat het een gecontroleerde, veilige beweging is.

Baby’s onder de 6 maand draag je met de ‘ruck’ knoop. Deze knoop geeft 1 doek laag over de rug van je baby en kruist onder de benen om het doek vast te zetten. Je baby zit zo hoog met zijn hoofd in jouw nek zodat hij over je schouder kan meekijken naar de wereld rondom. Ook met bepaalde draagzakken kan je al op de rug dragen.

Baby’s boven de 6 maand die al (bijna) rechtop kunnen zitten, kan je ook met andere knopen of in een draagzak op de rug dragen.

Hoog dragen of laag dragen, wat is best?

Hier is geen goed of fout. Het is heel persoonlijk. Je kan het best beide mogelijkheden proberen en zal snel voelen welke positie voor jou het meest aangenaam is.

Draag je je baby laag op de rug, dan steunt het gewicht meer op je heupen en onderrug. Je baby kan dan enkel zijwaarts kijken. Wanneer je baby in slaap valt, is de ondersteuning van een slaapkapje nodig omdat het hoofd van je baby rust op de plaats waar jouw rug een kromming vormt.

Hoog op de rug kan ook een kleine baby al over je schouder heen meekijken. Wanneer je baby in slaap valt, kan zijn hoofd in je nek rusten. Het gewicht draag je meer op je schouders en bovenrug.

Met een geweven doek, met een mei tai en met bepaalde draagzakken zoals bv. Connecta kan je je baby hoog op de rug dragen.

 

 

 

 

Babydragen als krachtig hulpmiddel om een veilige hechting te vormen

De relatie met de ouders is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van een baby. De hersenontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, het zelfvertrouwen en zelfbeeld alsook de sociale ontwikkeling worden er sterk door beïnvloed.
Bij volwassenen met psychische en/of persoonlijkheidsproblemen kan dit vaak worden teruggeleid naar een onveilige hechting in hun kindertijd.

sensitiviteit en afstemming, de sleutels voor een veilige hechting

De belangrijkste voorwaarden om een veilige hechting tot stand te brengen zijn sensitiviteit en afstemming van de ouders.
Een ouder moet de signalen die zijn baby geeft opmerken (sensitiviteit) en daar dan iets mee doen, zijn gedrag erop afstemmen.
Hoe beter een ouder zijn kind kent, hoe beter de afstemming gebeurt.

Beschikbaarheid en nabijheid zijn hier belangrijke voorwaarden.
Wanneer je baby in een kamertje apart ligt, is het moeilijk om die eerste hongersignalen (het smakken met de lipjes of vuistje naar de mond brengen) te zien. Je baby’s honger moet al zo groot worden dat hij gaat huilen om zijn nood kenbaar te maken.
Huilen is een laatste noodsignaal, meestal gaan daar al vele subtiele signalen aan vooraf.

mama met borelingDe natuurlijke plaats van een baby is op het lichaam van zijn of haar verzorger.

Door je baby dichtbij te dragen herken je zijn eerste signalen van honger, pijn, dorst, verdriet, … en kan je snel en adequaat reageren. Het resultaat: een tevreden baby die telkens opnieuw ervaart dat er iemand is wanneer hij iemand nodig heeft.

Hierdoor krijgt hij een stevig basisvertrouwen in zijn verzorgers en de wereld rondom. Vanuit dit basisvertrouwen kan hij de wereld rondom zich gaan verkennen. Eerst vanop je heup, door je blik te volgen en te zien wat jij doet. Daarna rondkruipend door de kamer. Enkele maanden later klauterend op een trap of in de tuin wandelend.

Baby’s die veel gedragen worden huilen minder en ontwikkelen zich tot zelfstandige peuters.

Je baby verliest weinig energie door te huilen en kan deze energie richten op belangrijkere zaken: groeien en leren.

Vanaf september gaat de Buik tegen Buik draagbib wekelijks open!

  • 40 draagdoeken en ring slingsBuik tegen Buik draagbib en winkel
  • 44 draagzakken
  • 40 verschillende merken

Op zoek naar een draagsysteem dat perfect past bij jou en je baby?
Kom passen – krijg expert advies – vind jouw ideale draagzak of draagdoek.

Vanaf september zijn we wekelijks open op volgende dagen

vr 8 sept – wo 13 sept – vr 22 sept – za 30 sept
vr 6 okt – wo 11 okt – vr 20 okt – wo 25 okt
do 2 nov * – vr 10 nov – wo 15 nov – za 25 nov    * do open van 9 – 12
vr 1 dec – wo 6 dec – za 16 dec – vr 22 dec – za 30 dec

Op woensdag- en zaterdag voormiddag van 9 – 12 uur en op vrijdagnamiddag van 13 tot 16 uur.

Naast verhuur en verkoop van draagzakken en draagdoeken, starten we 1 oktober 2017 met een abonnementsformule.

Ideaal voor wie steeds een drager of draagdoek wil die ideaal aansluit bij de lichaamsbouw en noden van zijn/haar baby!
Mensen die een jaarabonnement nemen krijgen leuke voordelen!

Meer informatie hierover volgt later. 🙂

 

Prachtig boek : Eerste hulp bij hechting

Eerste hulp bij hechting door Paulien Kuipers
Eerste hulp bij hechting
Taal voor ouders en hun kind
door Paulien Kuipers

Dit boek gaat over het belang van een veilige hechting tussen ouders en kind.

Het is gericht naar hulpverleners in de jeugdzorg. Door de aangename schrijfwijze en de vele praktijkvoorbeelden is het ook zeer fijne lectuur voor ouders die hier graag meer over willen weten.

Wat zo mooi is aan dit boek is dat het uitgaat van de stelling dat een baby al vanaf zijn geboorte een compleet menselijk wezen is en talig. Bij elk praktijkvoorbeeld wordt duidelijk dat ook het kind, hoe klein ook, rechtstreeks wordt aangesproken en betrokken en hoe ook hoe sterk ze hier op reageren!

Uit onderzoek blijkt dat 30 tot 40% van alle gezonde, thuiswonende kinderen tot 12 jaar een onveilige hechting heeft met z’n ouders.

De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Meer en meer onderzoek wijst uit dat een onveilige hechting vaak aan de basis ligt van gedragsproblemen en persoonlijkheidsstoornissen.

 

De eerste weken en maanden na de geboorte ontwikkelen mensen hun interactiepatronen voor in de toekomst.

Een veilige hechting is een basis die je de rest van je leven meedraagt.

Het heeft een enorm effect op de persoonlijkheidsontwikkeling, je zelfbeeld, je mate van zelfvertrouwen en ook het vertrouwen dat je in andere mensen hebt.

De ouder-kindrelatie is in die eerste levensjaren enorm belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.

Hoe ontstaat die hechting?

Paulien Kuipers vergelijkt het met een weefwerk. Bij elke interactie tussen ouder en kind wordt een draad geweven.
Telkens wanneer een baby een nood aan geeft en de ouder daar snel en sensitief op reageert ontstaan een positieve draad in het weefwerk. Elke positieve ervaring versterkt het netwerk. Wanneer de draden overwegend positief zijn, spreek je van een veilige hechting.

vb: je baby weent, je neemt hem op en wiegt ermee en praat er zachtjes tegen, je baby voelt zich veilig en stopt met wenen, jij zelf ontspant en geniet van het wiegen van je baby …. zo ontstaat een positieve draad

vb: je baby weent, je weet niet goed wat doen en wacht 5 minuten, je baby weent nu heel hard, je neemt hem op maar kan hem niet meer troosten, je denkt dat het toch geen verschil maakt of je hem troost of niet en legt je baby terug in bed. Na 5 minuten weent je baby nog harder en voel je je zelf heel onrustig, je laat hem wenen tot hij slaapt, … zo ontstaan een negatieve draad.Je baby ervaart dat er geen reactie komt op zijn noodvraag.

Moedergevoel en vadergevoel … waar begint het?

Niet iedereen ervaart meteen een moedergevoel of vadergevoel.
Hoe en wanneer die band ontstaat hangt af van verschillende factoren:

  • Was de zwangerschap gewenst?
  • Hoe verliep de zwangerschap?
  • Welke gevoelens vervaarde ja als mama / papa tijdens de zwangerschap?
  • Ben je blij met het geslacht van je baby?
  • Hoe verliep de bevalling?
  • Kwam de bevalling op tijd, of veel te vroeg?
  • Hoe verliepen de eerste momenten, uren na de bevalling?

De eerste uren en dagen na de geboorte van een baby is de gevoelige periode voor het adoptieproces. 

Het adoptieproces is een proces van ONVOORWAARDELIJK AANVAARDEN van je kind. Het beeld dat je had van je kind tijdens de zwangerschap smelt samen met je baby in realiteit. Het is het begin van het ontstaan van een diepe, innige band.

Soms wordt dit adoptieproces verstoord door zaken waar je als moeder geen controle over hebt; een onverwachte ziekenhuisopname, een ingreep tijdens de bevalling, ziekte van je baby, ziekte van jezelf, …
Sommige mama’s voelen niet meteen een band met hun kind. Dit is erg normaal. Het betekent niet dat die band er niet zal komen.

Huid op huid contact met je baby stimuleert de vorming van een innige band. Je voelt je kleintje bewegen en ademen. Vooral de eerste uren na de geboorte zijn de meeste baby’s heel alert en maken ze oogcontact. Jouw baby voelt op zijn beurt een vertrouwd contact in een heel nieuwe, onzekere wereld. Hij voelt een vertrouwde hartslag, de beweging van je ademhaling, de warmte van je huid, de trillingen van je stem en aanvaardt jou onvoorwaardelijk als zijn mama.
Ook als papa is jouw aanwezigheid tijdens die eerste uren en dagen onontbeerlijk. Het dragen van je baby op je blote borst versterkt je vadergevoel en is een krachtige eerste kennismaking.

Voel je een donkere wolk… blijf er niet alleen mee zitten, praat erover en zoek op tijd hulp als je het gevoel hebt dat je erin verdwijnt.

Het is heel erg normaal dat de tranen je soms nader staan dan het lachen die eerste dagen en weken na de geboorte.

Niks is zo intens en levensveranderend dan het krijgen van een kind. Elk kind en elke geboorte is ook anders, je kan je er moeilijk op voorbereiden.

baby in rekbaar draagdoekMijn advies als mama van 3:

  • Zorg goed voor jezelf en steun elkaar als ouders.
  • Partners: zorg goed voor de mama, jouw hulp en steun is die eerste dagen cruciaal! Een pas bevallen vrouw is zeer kwetsbaar en niet altijd sterk genoeg om aan te geven wat ze wil en nodig heeft, aan jou de belangrijke taak om haar hierin te helpen. Bespreek dit ook vooraf.
  • Voel wat jij wil en waar jij nood aan hebt en laat andere zaken voorlopig staan: kraambezoek – een huis gelekt en gestrekt – doopsuiker – geboortekaartjes die à la minute verstuurd worden – meteen een platte buik – …
  • Denk en voel goed na wat je echt nodig hebt en gun jezelf die eerste dagen die tijd om rustig kennis te maken!
  • Wees vooral lief voor jezelf, je bent geen perfecte moeder, maar wel de enige onvervangbare moeder voor jouw kindje.

En uiteraard: draag je kindje 🙂 en zeker de partners mogen dit niet vergeten.
Er is niks zo magisch als je kindje tegen je aan voelen ontspannen en in slaap voelen vallen.

 

*** In het boek wordt uitgebreid besproken wat je kan doen wanneer er iets misliep tijdens dat eerste adoptieproces of de daaropvolgende maanden. Roep vooral op tijd hulp in van iemand die kennis heeft van ‘Infant Mental Health therapie’ ***

Op deze website vind je alvast meer informatie: World association for Infant Mental Health Vlaanderen.

 

 

Waarom babydragen zo natuurlijk is… een stukje biologie en ontwikkelingsgeschiedenis

Over onze natuur … de biologie van babydragen

In de natuur kan je dieren indelen naargelang de aard van hun jongen. Je hebt nestvlieders en nestblijvers.

Nestvlieders zijn jongen die meteen na de geboorte al mee moeten kunnen met hun ouders. Ze zijn bij hun geboorte vrij ontwikkeld en lopen al na enkele minuten rond. De melk van nestvlieders is eiwitrijk zodat de jongen snel kunnen groeien. Wanneer een jong zijn moeder kwijtraakt, begint hij luid te roepen om haar zo snel mogelijk terug te vinden.
Voorbeelden van nestvlieders zijn paard, giraf, olifant en koe.

Nestblijvers worden zwak en onderontwikkeld geboren. Ze zijn vaak naakt en kunnen zich heel beperkt bewegen. Hun oren en ogen zijn dicht. Ze zijn volledig afhankelijk van hun moeder om te overleven. Nestblijvers moeten de eerste weken na de geboorte in hun nest blijven terwijl de moeder op jacht gaat naar voedsel. De melk van nestblijvers is zeer vet zodat ze acht uur alleen kunnen blijven. De jongen houden zich tijdens de afwezigheid van hun moeder stil om geen roofdieren te lokken.
Voorbeelden van nestblijvers zijn hond, kat en muis.

Lang dacht men dat alle zoogdieren in een van deze groepen pasten. In de jaren zeventig onderscheidde men een derde categorie: de draagling.

Draaglingen worden wel hulpeloos geboren, maar hun zintuigen functioneren. Ze worden door hun ouder gedragen omdat ze zich nog niet of onvoldoende alleen kunnen voortbewegen. Het skelet is zo ontwikkeld dat ze zich optimaal kunnen vastgrijpen aan de moeder. De melk van draaglingen bevat minder eiwitten dan die van nestvlieders en minder vetten dan die van nestblijvers, ze is daarentegen rijk aan koolhydraten die de groei van de hersenen bevordert. Draaglingen moeten regelmatig kleine porties melk krijgen om in hun voedingsbehoeften te voorzien. Ze moeten dus dicht bij hun moeder blijven om voorzien te worden van warmte, voedsel en bescherming. Wanneer ze van hun moeder gescheiden raken, beginnen ze meteen in hoge nood te roepen.
De bekendste draaglingen zijn apen.

Pasgeboren baby

Een baby weet instinctief dat hij zonder zijn verzorger reddeloos verloren is.

Dragen is je baby voorzien in de basisbehoefte naar aanraking en nabijheid.

 

 

De mens is een draagling

Een baby wordt wel hulpeloos geboren, maar niet doof en blind. Je kan een baby niet zomaar acht uur alleen laten. Hij moet dicht bij zijn moeder zijn om zijn lichaamstemperatuur te reguleren en om zich frequent te voeden. Wanneer hij zich alleen voelt, begint hij hard te huilen (contacthuilen).
Vanuit onze geschiedenis is de mens aangepast aan een nomadisch leven. We trokken over het land om voedsel te zoeken. Een baby die achtergelaten werd, stierf een gewisse dood.

Anatomie en reflexen

Ook de anatomie en reflexen van een baby zijn gericht op gedragen worden.
Pasgeborenen hebben O-benen en naar elkaar gerichte voeten om zich ‘vast te klemmen’. Wanneer je hen opneemt, trekken ze hun benen op en spreiden ze die. De grijp-reflex en Moro-reflex wijzen ook op een geschiedenis van dragen.
De heupen en de rug van een baby zijn gemaakt om gedragen te worden, niet om plat te liggen.


De ontwikkeling van de rug bepaalt hoe je je baby veilig ondersteunt tijdens het dragen

Na de geboorte is de rug gebogen. Hij heeft nog niet de typische S-vorm van een volwassen wervelkolom.

Babydragen 0-3 maand
Babydragen 0-3 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • zorg dat je baby’s luchtwegen vrij zijn, draag geen sjaals!
  • baby’s armpje steeds omhoog zoals op de foto, hierdoor staat de borstkas open
  • de kin mag niet inzakken
  • het draagsysteem moet de rug volgen en stevig ondersteunen, zonder het in een bepaalde richting te duwen.
  • draag steeds buik tegen buik en niet in de wieghouding!
  • ondersteun van knie tot knie zonder de benen te overspreiden

 

Eerst gebeurt de strekking van de nekwervels waardoor een baby zijn hoofd rechtop kan houden.
Dit duurt enkele maanden.

Baby ruggengraat 3-6 maand
Babydragen 3-6 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • een goede ondersteuning van de nek is nog steeds belangrijk
  • je baby kijkt waarschijnlijk graag rond: heupdragen en rugdragen zijn hiervoor ideaal.
  • Droeg je tot hiertoe met een rekbaar doek, dan is het nu fijn om andere draagmethoden te ontdekken: een geweven doek geeft heel veel mogelijkheden en een stevige ondersteuning.

 

 

 

 

Daarna volgt het strekken van het bekken en de lenden. Daarna is je baby klaar om zijn eerste stappen te zetten.

Babydragen 6-9 maand
Babydragen 6-9 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • een goede knie tot knie ondersteuning is nog steeds belangrijk!
  • de knieën komen tot ongeveer navelhoogte in de ‘kikkerhouding’
  • deze houding is ideaal voor een goede ontwikkeling van het heupgewricht en helpt heupdysplasie voorkomen.

 

 

 

 

Door je baby te dragen in een draagdoek of ergonomische drager kan je de rug ideaal ondersteunen.
Zorg dat je de draagdoek of draagzak veilig en correct aanspant!

 

Mijn verhaal … deel 2

Opgroeien als zus van een kind met een meervoudige beperking

Als kind groeide ik op als derde in een gezin van 4. Mijn zusje, Anneke werd geboren met een zware, meervoudige beperking: ze zat in een rolstoel, kon niet spreken, was niet zindelijk, kon niet zelfstandig eten, … De invloed op ons gezin was enorm, alles stond in het teken van de zorg voor ons Anneke. Omdat ze slechts een jaar jonger was dan ik, heb ik nooit anders geweten.

Mijn vader was de kostwinnaar, mijn moeder was immer zorgend aanwezig, en elk van ons had op zijn of haar manier een bijzondere band met ons Anneke. Ze leerde ons om onvoorwaardelijk graag te zien, te aanvaarden, te koesteren en knuffelen. Ze leerde ons genieten van kleine dingen en relativeren. Op haar veertiende stierf Anneke onverwacht, dit verlies had een enorme impact op ieder van ons. Alle keuzes waren steeds gemaakt met het oog op de toekomst en de zorg voor Anneke. Ineens viel dit helemaal weg.

Opgroeien met ons Anneke heeft mijn leven enorm beïnvloed. Na een opleiding als leerkracht lager onderwijs, koos ik meteen om verder te gaan met de BanaBa Buitengewoon onderwijs. Na mijn opleiding werkte ik afwisselend in het (buitengewoon) onderwijs en in de HR sector. In het onderwijs miste ik jammer genoeg vaak de zorg voor de eigen mensen. Hoewel ik snelle opklom in de HR sector en genoot van een uitdagende job miste ik hier ‘the greater good’.

Als alleenstaande mama loop je gevaar voor isolement

Draagconsulent met baby in een rekbaar doek
Op relationeel gebied ben ik lang zoekende geweest.
Als mama alleen voelde ik me vaak enorm geïsoleerd en eenzaam.

Om het isolement te doorbreken en om financiële redenen besloot ik de gok te wagen om in mijn ouderlijk huis te gaan wonen (een veel te groot huis voor mij alleen) en dit te delen met andere mensen.

Samenhuizen is meer en meer ingeburgerd in grootsteden, in een klein dorp was het minder evident. De zoektocht naar huisgenoten was een behoorlijke uitdaging. Het eerste jaar deelde ik mijn huis met verschillende mensen. Op dat moment was ik in verwachting van mijn tweede dochter. De hele zwangerschap stond in het teken van onzekerheid of de vader al of niet een rol zou spelen in het leven van zijn dochter.

Omdat ik op zijn minst in eigen huis rust wou vinden, zocht ik naar één persoon die op lange termijn en vanuit gelijkwaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid het huis met me wou delen.

Een maand voor mijn bevalling kwam Kevin bij me wonen. We leefden 2 jaar als huisgenoten, daarna sloeg de vonk over. Intussen zijn we getrouwd en kozen we samen voor een derde dochter.
Mijn relatie met Kevin bracht veel rust en zekerheid in mijn leven.

Het is vanuit deze rust dat ik eindelijk de sprong heb durven wagen om als zelfstandige te doen waar ik al jaren van droom: mensen helpen om dichterbij zichzelf te staan, hun kracht te hervinden, te stralen.

De voorbije jaren volgde ik tal van opleidingen om mijn droom verder vorm te geven:
– Draagconsulent basis en gevorderd (in feb 2018 volg ik de certificering, de hoogst te behalen graad)
– Life coaching
– Creatieve Coachingsmodules rond Lichaamsbeleving en Klank en Muziek

Alle puzzelstukjes van mijn geschiedenis zijn terug te vinden in wat ik met Buik tegen Buik doe en nog wil doen.

Naast het bekendmaken van dragen en begeleiden van moeders richt ik me met speciale trajecten op huilbaby’s en het dragen van kinderen met een beperking. Daarnaast wil ik me zeer graag richten op ouders met een beperking. De zorg voor een baby kan sowieso al zeer uitdagend zijn, welke bijkomende moeilijkheden moeten mensen met een visuele, auditieve of motorische beperking niet ervaren? Het helpen zoeken naar oplossingen hiervoor lijkt me enorm boeiend.

Doen wat ik voel dat ik ‘moet’ doen, geeft me enorm veel energie. Ik voel me geïnspireerd en bruis letterlijk van de ideeën die ik wil vormgeven. De balans met mijn gezin en de zorg voor mijn eigen meisjes is hierin heel erg belangrijk voor me.

Lieve draaggroet, Nele

Bezielster van Buik tegen Buik, mijn verhaal…

Wie ben ik?

Ik ben Nele, 36 jaar, mama van 3 prachtige dochters, gelukkig getrouwd, startende onderneemster, gepassioneerd babydraagster en eigenzinnige wandelaar op een kronkelig levenspad.
Ik ben tegelijkertijd nuchter en droomster eerste klasse, sta op een belangrijke tweesprong in mijn leven en kijk vol verwachting naar wat de toekomst brengt.
Zorgen voor, leven dichtbij en met oog voor de natuur, ecologie en verbinding liggen me nauw aan het hart.

Sinds mei vorig jaar bouw ik aan mijn eigen droom: BuiktegenBuik.

Als draagconsulent geef ik info en advies over het dragen van baby’s. Dit doe ik o.a. door het geven van individuele consulten en groepsworkshops rond bepaalde draagtechnieken en veiligheid.

Zeker de eerste maanden na de geboorte hebben baby’s een enorme nood aan fysieke nabijheid. Naast talloze fysieke voordelen is het dragen van een baby een krachtig hulpmiddel voor de vorming van een veilige hechting. Meer en meer onderzoek wijst aan hoe belangrijk de vorming van een gezonde hechting is voor de ontwikkeling en het welbevinden van een kind. Bij psychologische problemen en/of gedragsproblemen bij volwassenen, ligt een onveilige hechting vaak mee aan de oorzaak. Ook voor de ouders heeft het dragen van hun baby vele voordelen: het bevordert de vorming van een moeder/vaderband en heeft een helend effect bij babyblues of postparfum depressie.

Als draagkrachtversterker richt ik me met Mamana coaching in het bijzonder tot moeders. In 1 op 1 begeleiding help ik hun leven in kaart te brengen, dit geeft een helder inzicht in de eigen grenzen en mogelijkheden. Met een duidelijk beeld van wat je wil, wat je niet wil, wat je energie geeft en wat je energie vreet kan je bewust keuzes maken en acties ondernemen.
Daarnaast bouw ik via creatieve groepsworkshops rond thema’s gelinkt aan het moederschap aan verbinding.

Als alleenstaande mama maakte babydragen het verschil tussen zwemmen of verdrinken.

Zelf heb ik enkele jaren ‘gesparteld’ als mama alleen. Bij de geboorte van mijn tweede dochter stond ik er alleen voor. De hele zwangerschap en haar eerste levensjaar was vol onzekerheden en waren zeer zwaar. Financieel, emotioneel en fysiek ging ik door een wervelwind. De verantwoordelijkheid om de zorg voor 2 meisjes te dragen en elke beslissing alleen te nemen, was soms overweldigend. Toch heb ik steeds geprobeerd om authentiek en dichtbij mezelf te blijven, dit is niet altijd de gemakkelijkste weg en riep vaak de nodige kritiek en ongevraagd advies op van mijn omgeving. Beide meisjes waren huilbaby’s, de mogelijkheid om hen te dragen heeft ons letterlijk vaak gered. Ik herinner me dat ik, wanneer m’n oudste dochter sliep vaak urenlang met de tweede in de draagdoek rondjes rond de livingtafel wandelde, omdat dit de enige manier was om haar rust te geven.

Van jongsaf heb ik geweten dat ik mensen wil helpen. Mijn ervaring als mama alleen, mijn ervaring met 2 huilbaby’s heeft mee vormgegeven hoe ik dit wil doen.

Het is mijn missie om baby’s een gedragen en geborgen start te geven, dragen brengt rust en verbinding.
Daarnaast wil ik moeders helpen om in hun eigen kracht te staan, om te doen wat zij aanvoelen als goed voor zichzelf en voor hun kind.

Dit lijkt evident maar is in de wereld van vandaag waar iedereen overspoelt wordt door informatie en via de social media door plaatjes over ‘hoe je het hoort te doen’ allesbehalve eenvoudig.

Speciale aanbieding bij de European Babywearing Week van 8 – 14 mei 2017

Van 4 tot 8 mei is het Europese Babydraagweek.
Om dit te vieren geef ik iedereen die tijdens deze week een consult boekt, zicht inschrijft voor een workshop en/of een doek of drager koopt korting!

  • 5€ korting op elke workshop (dus €30 i.p.v. €35) het agenda vind je hier
    Er zijn nog 2 plaatsjes voor de workshop ruck op 13 mei!
  • 10€ korting op een consult geboekt in deze week. Bel 0485 85 25 30 of mail nele@buiktegenbuik.be
  • 10% korting bij de aankoop of bestelling van een doek of drager.

Wees er snel bij! 🙂
Lieve draaggroet, Nele

Het belang van aanraking in de eerste levensmaanden

Een verslag van de Flemish Babywearing Conference 2017

Nele Allaert en Wrap You In Love op de Flemish Babywearing Conference 2017
Nele Allaert van Buik tegen Buik met Wrap You in Love

Het voorbije weekend kreeg ik de kans om enkele boeiende lezingen te volgen tijdens de Vlaamse draagconferentie.

Dr. Rosie Knowles: Why babywearing matters
Dr. Francis Mclone: The touch that matters most, over de neurologische gevolgen van aanraking
Henrik Norholt: Babywearing and Fathers

 

Dit is wat me vooral is bijgebleven:

Aanraking speelt een cruciale rol in de fysiologische ontwikkeling, het ontwikkelen van bepaalde gedragskenmerken en in de vorming van het sociale brein ..

In de periode na de geboorte vormen de neurale circuits die structurele en functionele aspecten van het brein en gedrag vormgeven. Dit proces wordt sterk beïnvloed door aanraking.

Aanraking stimuleert o.a. de productie van myeline, een stof die nodig is voor het doorgeven van signalen aan de hersenen.
Onderzoek bij ratten wijst bv. uit dat rattenpups die als jong veel aangeraakt en verzorgd werden opgroeien tot rustige volwassenen. Rattenpups die weinig werden aangeraakt ontwikkelen een nerveuze aard.

Veel premature baby’s die aanraking missen in couveuses ontwikkelen later een vorm van autisme. Het gebrek aan aanraking in die eerste levensweken zou hier mee een rol in kunnen spelen.

Aanraking en huid op huid contact:

  • verhoogt de productie van endorfines en oxytocine (de goed-gevoel hormonen)
  • verlaagt de productie van cortisol (het stresshormoon)
  • beïnvloedt de snelheid van het hartritme (bij baby en verzorger!)
  • kalmeert en zorgt voor pijnreductie
  • stimuleert de hersenontwikkeling
  • vermindert huilen
    baby’s die 2 uur of meer per dag gedragen worden wenen tot 40% minder!
  • verbetert de slaapkwaliteit
  • zorgt voor een betere temperatuurregulatie
  • vermindert de kans op infecties en oorontsteking
  • stimuleert de groei
  • werkt heilzaam bij postpartum depressie en baby blues (zowel bij moeders als vaders)
  • speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van een positieve relatie tussen baby en verzorger en vormt hiermee de basis van een gezonde hechting
  • stimuleert de vorming van moeder- en vadergevoel

Soms vraag ik me af hoe de wereld eruit zou zien indien alle baby’s een liefdevolle, veilige start zouden krijgen en die eerste maanden dichtbij gedragen en op hun eigen tempo de wereld rondom hen mogen ontdekken.
Volgens mij zouden de gevolgen verstrekkend zijn.