Blog

Boba X – review

Mijn conclusie in 2 zinnen:
De Boba X zit zeer comfortabel voor de drager en kan je eenvoudig aanpassen aan het formaat van je baby. Hoewel hij zou passen van 3,5 kg tot 20 kg vind ik hem iets te breed en diep voor een boreling en te weinig steun geven aan de benen van een kleuter.

Wil je meer weten? Lees de hele review en/of bekijk de foto’s en filmpjes!
Tip: Ga even over de foto’s om de tekst eronder zichtbaar te maken 🙂

Algemene kenmerken

  • De Boba X is gemaakt van dezelfde soort canvasstof als de traditionele Boba.
  • Deze eerste versie is in neutraal grijs, maar er wordt reeds aan een kleurige variant gewerkt.
  • Je kan de draagzak onderaan verkleinen d.m.v. een velcro die op de heupband zit. Het geheel glijdt over een gespenband en zit stevig vast
  • Je kan de drager nog breder maken met 2 extra verbreedstukken die je aan het rugpand vastritst. Met een kleine velcro zet je ze dan vast op de heupband.
  • Bovenaan kan je het rugpand verkorten door het aanspannen van 2 gespen.
    De gespen zijn aanvankelijk bijzonder stroef! Het lukte me eerst niet om ze met 2 handen aan te spannen! Maar met een beetje ‘losmaakwerk’ (zie filmpje) glijden ze al veel beter. Het voordeel hiervan is dat ze eenmaal vast, ook echt vastzitten en niet snel zullen verschuiven.
  • De boba X is geschikt voor buikdragen en rugdragen!
    (Je kan ook heupdragen, dit staat echter niet in de handleiding )
  • Het hoofdkapje kan je wegsteken in een zakje met rits (zoals bij de Boba 4G) Nieuw is dat het vastzit met 3 knopjes waardoor je hem ook kan verwijderen! 🙂
  • Handig: een klein zakje met rits op de heupband, en een gesp op de schouderband waarmee je je handtas, sleutels of een speeltje voor je baby kan bevestigen!

Zo maak je de gespen los!

Hoe zit hij voor de drager?

  • Nieuw: Je kan de gespen van de schouderbanden losklikken en langs 2 kanten aanspannen. Omdat de aansluitingen bovenaan zit, moet je de gespen vooraf wel even goed afstellen om eraan te kunnen.
  • Hierdoor kan je ook kiezen of je als rugzak draagt of met de schouderbanden gekruist. 
  • De schouderbanden zijn niet te dik en als een sikkel uitgesneden waardoor ze het lichaam mooi volgen.

Hoe zit je baby – peuter erin?

Volgens de handleiding is de Boba X te gebruiken vanaf 3,5 kg tot 20 kg.

Boba X met jonge babyOmdat je de stof van het rugpand onderaan smaller maakt op de heupband (en niet daarboven) valt hij toch vrij breed open aan de benen van je baby met het risico van overspreiden.

De draagzak geef bovenaan mooi steun aan de schouders van een jonge baby. Er is voldoende ruimte tussen de schouderbanden voor luchttoevoer en afkoeling!

Toch zit deze baby van 7 weken vrij diep in de zak. De stof komt tot net boven de oorlellen (hoger mag zeker niet om een veilige ademhaling van de baby te waarborgen). Ik heb hem nog niet gepast met een boreling, maar hij lijkt me toch minder geschikt om een baby van 3,5 kg in te dragen!

De ‘poep’ is een beetje voorgevormd, maar niet zo diep als ik (kritisch als ik ben) zou willen. Zowel de poppen als de baby’s en peuters met wie we pasten, waren moeilijk in een diepe M-houding te brengen.

Zo zit hij met een kleine baby op de buik:

Met een kleuter:
De verbreders
(te gebruiken bij een kleuter) maken de draagzak wel breder en zijn zacht gewatteerd om de knieën te ondersteunen. Maar! Ze dragen het gewicht van het been onvoldoende waardoor het been toch wat naar beneden zakt.

Boba X
Boba X – met 2,5 jarige Janneke – maat 98 op de rug
Boba X met Janneke (18kg) en Snuffie 🙂

 

 

 

 

 

 


Zo pas je de Boba X aan voor een peuter en draag je  een peuter op je buik:

Zo draagt hij met een peuter op je rug:

Alvast bedankt aan Tatjana en Niki die de Boba X voor me wilden passen me hun baby’s!

Dragen in de kinderopvang

De overgang van thuis naar een kinderopvang is een heel grote verandering. Opeens valt de vertrouwde mamafiguur en de gekende thuissituatie weg en moet een baby wennen aan nieuwe zorgpersonen en een heleboel nieuwe prikkels.

Logisch dat veel baby’s het hier in het begin moeilijk mee hebben. Van een 1 op 1 zorgsituatie, wordt de zorg nu verdeeld over een heleboel baby’s die allemaal hun noden hebben.

Een dichtbij gedragen start kan ook deze overgang verzachten

Dit hadden ze bij Kinderopvang ‘tWisterke in Kontich ook reeds begrepen. Baby’s die nood hebben aan nabijheid dragen ze in een rekbaar doek op de buik. Aangezien dit niet altijd praktisch is in de dagelijkse werking, vroegen ze me een systeem te zoeken waarmee ze de baby’s veilig op de rug kunnen dragen.

In een intensieve workshop waarbij het hele team aanwezig was, gingen we eerst uitgebreid in op het thema veiligheid: Hoe draag je een jonge baby veilig en ergonomisch?
Daarna gingen we op zoek naar een geschikt draagsysteem:

  • gemakkelijk aanpasbaar zodat het optimaal steun geeft aan baby’s van verschillend formaat.
  • gemakkelijk in te wisselen tussen dragers van verschillend formaat.
  • gemakkelijk in gebruik.
  • gemakkelijk wasbaar.

 

 

 

 

Al vrij snel kwamen we uit bij een half buckle systeem. Dat is een soort draagzak die je rond de middel sluit met een klikgesp. De baby zit in een voorgevormd rugpand dat je kan aanpassen in breedte en hoogte om een ideale houding te creëren. De schouderbanden zijn stroken stof die je zelf knoopt op de gewenste hoogte.

In het tweede deel van de workshop leerden we hoe je een baby (met 2 personen) veilig op je rug brengt en zorgt dat ze goed in de draagzak zit. Uiteraard oefenden we met draagpoppen.

Na 3 uur stevig doorwerken ging ik alvast met een heel voldaan gevoel naar huis.
We hebben voor elke groep een geschikt systeem gevonden. Alle medewerkers waren enthousiast en gemotiveerd. Binnenkort kunnen ze dit ook in de praktijk gaan toepassen. Ik ben alvast benieuwd om hun feedback over de impact op hun werking te horen.

Ik hoop alvast dat ’t Wisterke als voorbeeld kan dienen voor andere kinderopvangdiensten. De vraag om te dragen wordt meer en meer gesteld.
Wanneer een baby thuis steeds de veiligheid van lichaamscontact had en dan ineens moet ‘overleven’ in een groep, dan is een gedragen start een wereld van verschil.
Veel crèches staan er weigerachtig tegenover omdat ze er te weinig van weten, of denken dat het niet praktisch, of moeilijk is.
De impact van een baby die urenlang en dagenlang huilt is echter ook enorm.

Aan alle crèches / onthaalouders / opvangdiensten die dragen willen integreren in hun werking: begin er niet zomaar aan. Vraag advies van een expert om je te leren hoe je veilig draagt en om je te helpen zoeken naar een efficiënt draagsysteem.

Contacteer Buik tegen Buik voor een aanbod op maat –  nele@buiktegenbuik.be

 

De Lenny-Up: een review door draagbibouders

In december 2018 kregen we de Lenny-Up, de nieuwe aanpasbare draagzak van Lenny Lamb binnen.
Hij werd meteen uitgeleend aan twee enthousiaste draagouders die er meteen een review over schreven. Hier lees je hun ervaringen:

papa Cedric

Lenny Up met baby

Een hele aangename drager voor een groter en zwaarder persoon. De gewatteerde schouderbanden zorgen voor een optimaal draagcomfort!
De brede heupgordel verdeelt het gewicht goed en zorgt ook hier voor een aangenaam draagcomfort.
In het begin is het wat zoeken om hem alleen aan te krijgen, maar eens je het onder de knie hebt is het poepsimpel.
Kruisen op de rug was voor mij geen meerwaarde.
Lenny Up papa en baby
Het rugdragen vond ik iets minder aangenaam, maar dat komt misschien eerder omdat onze zoon nog klein is (8 maand). De heupgordel moest vrij hoog gebracht worden als onze zoon over mijn schouder kon meekijken, waardoor de heupgordel behoorlijk in mijn buik spande.
Het verstelbaar rugpand maakt wel dat je de breedte gemakkelijk kan aanpassen aan je eigen kind.
Het is zeker een draagsysteem dat op mijn verlanglijstje komt te staan!

mama Lies

Lenny Up mama en babyRugdrager met deze drager leek voor mij jammer genoeg niet mogelijk. Ik ben klein van gestalte, en kan de schouderbanden niet genoeg aanspannen.
Als buikdrager was hij wel ideaal!
Het kruisen van de banden zorgde ervoor dat ik voldoende kon aantrekken en verdeelde het gewicht mooi zodat ik helemaal geen last had in de rug.(rugpatiënt)

Ik ben nog niet behendig genoeg om hem alleen aan te krijgen, door het kruisen vond ik nooit de juiste riemen om vast te klikken 🙂

De heupband is ook meer dan breed genoeg om het gewicht te verdelen zonder dat het gaat “snijden”.
Het rugpand is zeer makkelijk aan te passen aan kleine kindjes, al denk ik dat de Lenny Up het best tot zijn recht komt bij iets grotere kindjes. Als mee-groeidrager kan hij zeker tellen 🙂
Al blijf ik toch nog steeds liever gebruik maken van mijn doeken 🙂

Waarom de kommahouding gevaarlijk is voor je baby

De voorbije weken kwamen er opnieuw enkele mama’s bij mij die een rekbaar draagdoek op hun geboortelijst hadden.
Een goedbedoelende kraamverzorgster en vroedvrouw wisten hoe je het moest gebruiken en hadden het hen gauw geleerd.

KommahoudingJammer genoeg werd hen aangeleerd om hun baby in de kommahouding te dragen. Tot enkele jaren geleden werd dit steeds zo aangeleerd. Door de tweedehandsmarkt die er voor draagdoeken bestaat, gaan de oude en intussen gedateerde gebruiksaanwijzingen waarin deze methode staat nog steeds rond.

De kommahouding is echter NIET VEILIG voor een jonge baby! 

Ik herhaal: NIET VEILIG!
Een jonge baby heeft onvoldoende stabiliteit in de romp en nek om zichzelf rechtop te kunnen houden. De rug- en nekspieren van een jonge baby zijn nog niet sterk genoeg.

Als je je baby in je arm draagt, ondersteun je zijn rug en hoofd stevig met je arm.
Dit kan je zien op de foto hiernaast.

De baby heeft een open houding. Hierdoor zijn zijn ademhalingsorganen vrij en kan hij goed ademhalen.

 

 

Wanneer je je baby in deze positie in een draagdoek draagt, kan deze niet op dezelfde manier steun geven als je arm.
Een baby zakt meestel snel in elkaar in een soort ‘bolletje’. In deze houding kan zijn hoofd, dat verhoudingsgewijs heel zwaar is, op zijn kin zakken.

Op deze foto’s zie je duidelijk wat ik bedoel.

 

 

 

 

 

Probeer het zelf maar eens uit!

Ademen met kin op borstLeg je kin eens op je borst en adem in. Je voelt meteen dat dit veel moeilijker gaat. Veel jonge ouders die dragen, kijken steeds naar de neus van hun baby om te zien of die vrij is. Uiteraard is dit belangrijk. Maar weet dat een goede ademhaling vooral komt vanuit een open en vrije borstkas.

 

 

 

Opgelet!
Ook in een draagzak bestaat het risico dat je baby in een bolletje zakt en zijn kin op de borst zakt.
Dit kan gebeuren als je je draagzak onvoldoende strak aanspant.

Hoe draag je je baby wel veilig?

  • Draag je baby steeds rechtop en buik tegen buik. (Dit kan ook op je heup of rug, maar dat is stof voor later)
  • In profiel zie je een soort omgekeerd vraagteken. De bovenrug van je kindje moet je steeds goed ondersteunen.
    Als je in profiel een halve bol ziet, dan zit je kindje in elkaar gezakt en dus niet veilig.
  • Span je draagdoek of draagzak stevig aan!!! (de meeste mensen doen dit niet strak genoeg)
  • Zorg ervoor dat het hoofdje vrij is voor frisse lucht en dat je steeds zicht hebt op de neus.

Wil je meer weten over veilig dragen?

Kom dan naar het wekelijkse draagcafé, een infosessie over babydragen of boek een draagconsult.

Op de website van de vereniging van draagconsulenten Vlaanderen vind je steeds een draagconsulent in je buurt. De meeste draagconsulenten geven op regelmatige basis infosessies over veilig babydragen.

 

Hoe klik je de ruggesp van een draagzak vast?

Een gouden tip voor al die mensen die zich steeds in duizend bochten wringen om de ruggesp van hun draagzak dicht te klikken.

Ik heb goed nieuws:
Je hoeft geen Yogi – slangenmens te zijn om erbij te kunnen!
Er bestaat een eenvoudig trucje voor 🙂 

In de twee video’s hieronder zie je hoe je de ruggesp vastklikt, en hoe je hem zelf opnieuw kan losklikken als je je baby uit de draagzak haalt.

Zo klik je de ruggesp van een draagzak zelf vast

  1. Maak de schouderbanden van je draagzak eerst losser.
  2. Doe je baby in de draagzak, zorg eerst voor een goede draaghouding.
  3. Doe de schouderbanden aan. Als de banden los genoeg zitten, zit de ruggesp ter hoogte van je nek.
  4. Volg de schouderbanden van bij je baby tot je de gesp voelt en klik hem vast.
  5. Ondersteun je baby met 1 hand en span de draagzak met de ander hand aan. Hierdoor zakt de ruggesp op je rug waar hij meer steun geeft.

Zo maak je de ruggesp zelf los

  1. Ondersteun je baby en maak de schouderbanden losser.
    (zonder ze open te klikken!)
  2. Je kan nu de schouderband wat omhoog trekken zodat de ruggesp opnieuw in je nek zit.
  3. Hier kan je de gesp gemakkelijk met 1 hand losklikken.
  4. Ondersteun steeds je baby met je andere hand!

 

Hoe kan je je baby dragen: op de buik, heup of rug?

Buikdragen

Je kan je baby op je buik dragen vanaf dag 1 tot zolang het voor jou en je kindje comfortabel voelt.
Na enkele maanden krijgt je baby interesse in de wereld rondom en wil hij soms rondkijken. Dit is niet makkelijk vanuit een buikpositie.

Wil je je baby juist tot rust brengen om te slapen, dan is buikdragen ideaal. Bij de geur van je huid en het geluid van je hartslag, voelt je baby zich veilig en kan hij zich ontspannen.

 Draag je kindje steeds buik tegen buik en niet rug tegen buik met het gezicht naar voor!

  • Kleine baby’s worden snel overprikkelt. Wanneer ze rug tegen buik zitten, kunnen ze zichzelf niet wegdraaien wanneer ze nood hebben aan rust of angstig zijn.
  • In de positie waarin ze naar voor kijken wordt de rug van je baby door jouw borst en buik in een verkeerde positie geduwd.
  • Enkel in specifiek gevallen waarin een baby bepaalde therapieën nodig heeft of de rug een andere ondersteuning, kan de rug tegen buik positie worden gebruikt. Dit op advies van de behandelende arts en bij voorkeur met de hulp van een draagconsulent.

Heupdragen

In tegenstelling tot wat je vaak leest, kan je vanaf dag 1 je baby op je heup dragen. baby op de heup in ring sling

Je heup is namelijk het smalste deel van je lichaam. Het risico op het overstrekken van de beentjes van je baby is kleiner wanneer je ze op je heup draagt. Vooral bij een vrouw is de kromming van de heup zelf een natuurlijk ‘kussen’ voor de baby.

Wanneer je je baby op je heup draagt, kan hij gemakkelijk oogcontact met je maken. De afstand is ongeveer dezelfde als bij borstvoeding, nét die afstand waarop een pasgeborene helder kan zien.
Na enkele maanden kan je baby jouw blik volgen en vanop zijn veilige plek bij jou kennismaken met de wereld rondom. Wordt het even teveel, dan kan hij zelf zijn hoofd tegen je aan dragen en even een dutje doen.

Rugdragen

Met een geweven draagdoek kan je je baby op de rug dragen vanaf wanneer je je er zelf klaar voor voelt. Met een kleintje geeft het een heel ander gevoel dan op je buik omdat je je baby niet meer direct ziet. In principe kan het dus ook vanaf de geboorte. De meeste ouders wachten echter tot hun kindje wat ouder is (tussen 3 en 6 maand)

Santa Toss klaarmakenEen klein baby breng je op je rug door ze eerst liggend in het doek in te pakken. Wanneer het ‘pakje’ stevig zit, zwaai je ze met de ‘Santa Toss’ in een keer op je rug. Dit is de eerste keren best griezelig. Het aanleren van een rugknoop is dan ook voor veel ouders de reden om de hulp van een draagconsulent in te schakelen. Zo kan je eerst uitgebreid oefenen met een draagpop en zo voelen dat het een gecontroleerde, veilige beweging is.

Baby’s onder de 6 maand draag je met de ‘ruck’ knoop. Deze knoop geeft 1 doek laag over de rug van je baby en kruist onder de benen om het doek vast te zetten. Je baby zit zo hoog met zijn hoofd in jouw nek zodat hij over je schouder kan meekijken naar de wereld rondom. Ook met bepaalde draagzakken kan je al op de rug dragen.

Baby’s boven de 6 maand die al (bijna) rechtop kunnen zitten, kan je ook met andere knopen of in een draagzak op de rug dragen.

Hoog dragen of laag dragen, wat is best?

Hier is geen goed of fout. Het is heel persoonlijk. Je kan het best beide mogelijkheden proberen en zal snel voelen welke positie voor jou het meest aangenaam is.

Draag je je baby laag op de rug, dan steunt het gewicht meer op je heupen en onderrug. Je baby kan dan enkel zijwaarts kijken. Wanneer je baby in slaap valt, is de ondersteuning van een slaapkapje nodig omdat het hoofd van je baby rust op de plaats waar jouw rug een kromming vormt.

Hoog op de rug kan ook een kleine baby al over je schouder heen meekijken. Wanneer je baby in slaap valt, kan zijn hoofd in je nek rusten. Het gewicht draag je meer op je schouders en bovenrug.

Met een geweven doek, met een mei tai en met bepaalde draagzakken zoals bv. Connecta kan je je baby hoog op de rug dragen.

 

 

 

 

Babydragen als krachtig hulpmiddel om een veilige hechting te vormen

De relatie met de ouders is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van een baby. De hersenontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, het zelfvertrouwen en zelfbeeld alsook de sociale ontwikkeling worden er sterk door beïnvloed.
Bij volwassenen met psychische en/of persoonlijkheidsproblemen kan dit vaak worden teruggeleid naar een onveilige hechting in hun kindertijd.

sensitiviteit en afstemming, de sleutels voor een veilige hechting

De belangrijkste voorwaarden om een veilige hechting tot stand te brengen zijn sensitiviteit en afstemming van de ouders.
Een ouder moet de signalen die zijn baby geeft opmerken (sensitiviteit) en daar dan iets mee doen, zijn gedrag erop afstemmen.
Hoe beter een ouder zijn kind kent, hoe beter de afstemming gebeurt.

Beschikbaarheid en nabijheid zijn hier belangrijke voorwaarden.
Wanneer je baby in een kamertje apart ligt, is het moeilijk om die eerste hongersignalen (het smakken met de lipjes of vuistje naar de mond brengen) te zien. Je baby’s honger moet al zo groot worden dat hij gaat huilen om zijn nood kenbaar te maken.
Huilen is een laatste noodsignaal, meestal gaan daar al vele subtiele signalen aan vooraf.

mama met borelingDe natuurlijke plaats van een baby is op het lichaam van zijn of haar verzorger.

Door je baby dichtbij te dragen herken je zijn eerste signalen van honger, pijn, dorst, verdriet, … en kan je snel en adequaat reageren. Het resultaat: een tevreden baby die telkens opnieuw ervaart dat er iemand is wanneer hij iemand nodig heeft.

Hierdoor krijgt hij een stevig basisvertrouwen in zijn verzorgers en de wereld rondom. Vanuit dit basisvertrouwen kan hij de wereld rondom zich gaan verkennen. Eerst vanop je heup, door je blik te volgen en te zien wat jij doet. Daarna rondkruipend door de kamer. Enkele maanden later klauterend op een trap of in de tuin wandelend.

Baby’s die veel gedragen worden huilen minder en ontwikkelen zich tot zelfstandige peuters.

Je baby verliest weinig energie door te huilen en kan deze energie richten op belangrijkere zaken: groeien en leren.

Vanaf september gaat de Buik tegen Buik draagbib wekelijks open!

  • 40 draagdoeken en ring slingsBuik tegen Buik draagbib en winkel
  • 44 draagzakken
  • 40 verschillende merken

Op zoek naar een draagsysteem dat perfect past bij jou en je baby?
Kom passen – krijg expert advies – vind jouw ideale draagzak of draagdoek.

Vanaf september zijn we wekelijks open op volgende dagen

vr 8 sept – wo 13 sept – vr 22 sept – za 30 sept
vr 6 okt – wo 11 okt – vr 20 okt – wo 25 okt
do 2 nov * – vr 10 nov – wo 15 nov – za 25 nov    * do open van 9 – 12
vr 1 dec – wo 6 dec – za 16 dec – vr 22 dec – za 30 dec

Op woensdag- en zaterdag voormiddag van 9 – 12 uur en op vrijdagnamiddag van 13 tot 16 uur.

Naast verhuur en verkoop van draagzakken en draagdoeken, starten we 1 oktober 2017 met een abonnementsformule.

Ideaal voor wie steeds een drager of draagdoek wil die ideaal aansluit bij de lichaamsbouw en noden van zijn/haar baby!
Mensen die een jaarabonnement nemen krijgen leuke voordelen!

Meer informatie hierover volgt later. 🙂

 

Prachtig boek : Eerste hulp bij hechting

Eerste hulp bij hechting door Paulien Kuipers
Eerste hulp bij hechting
Taal voor ouders en hun kind
door Paulien Kuipers

Dit boek gaat over het belang van een veilige hechting tussen ouders en kind.

Het is gericht naar hulpverleners in de jeugdzorg. Door de aangename schrijfwijze en de vele praktijkvoorbeelden is het ook zeer fijne lectuur voor ouders die hier graag meer over willen weten.

Wat zo mooi is aan dit boek is dat het uitgaat van de stelling dat een baby al vanaf zijn geboorte een compleet menselijk wezen is en talig. Bij elk praktijkvoorbeeld wordt duidelijk dat ook het kind, hoe klein ook, rechtstreeks wordt aangesproken en betrokken en hoe ook hoe sterk ze hier op reageren!

Uit onderzoek blijkt dat 30 tot 40% van alle gezonde, thuiswonende kinderen tot 12 jaar een onveilige hechting heeft met z’n ouders.

De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Meer en meer onderzoek wijst uit dat een onveilige hechting vaak aan de basis ligt van gedragsproblemen en persoonlijkheidsstoornissen.

 

De eerste weken en maanden na de geboorte ontwikkelen mensen hun interactiepatronen voor in de toekomst.

Een veilige hechting is een basis die je de rest van je leven meedraagt.

Het heeft een enorm effect op de persoonlijkheidsontwikkeling, je zelfbeeld, je mate van zelfvertrouwen en ook het vertrouwen dat je in andere mensen hebt.

De ouder-kindrelatie is in die eerste levensjaren enorm belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.

Hoe ontstaat die hechting?

Paulien Kuipers vergelijkt het met een weefwerk. Bij elke interactie tussen ouder en kind wordt een draad geweven.
Telkens wanneer een baby een nood aan geeft en de ouder daar snel en sensitief op reageert ontstaan een positieve draad in het weefwerk. Elke positieve ervaring versterkt het netwerk. Wanneer de draden overwegend positief zijn, spreek je van een veilige hechting.

vb: je baby weent, je neemt hem op en wiegt ermee en praat er zachtjes tegen, je baby voelt zich veilig en stopt met wenen, jij zelf ontspant en geniet van het wiegen van je baby …. zo ontstaat een positieve draad

vb: je baby weent, je weet niet goed wat doen en wacht 5 minuten, je baby weent nu heel hard, je neemt hem op maar kan hem niet meer troosten, je denkt dat het toch geen verschil maakt of je hem troost of niet en legt je baby terug in bed. Na 5 minuten weent je baby nog harder en voel je je zelf heel onrustig, je laat hem wenen tot hij slaapt, … zo ontstaan een negatieve draad.Je baby ervaart dat er geen reactie komt op zijn noodvraag.

Moedergevoel en vadergevoel … waar begint het?

Niet iedereen ervaart meteen een moedergevoel of vadergevoel.
Hoe en wanneer die band ontstaat hangt af van verschillende factoren:

  • Was de zwangerschap gewenst?
  • Hoe verliep de zwangerschap?
  • Welke gevoelens vervaarde ja als mama / papa tijdens de zwangerschap?
  • Ben je blij met het geslacht van je baby?
  • Hoe verliep de bevalling?
  • Kwam de bevalling op tijd, of veel te vroeg?
  • Hoe verliepen de eerste momenten, uren na de bevalling?

De eerste uren en dagen na de geboorte van een baby is de gevoelige periode voor het adoptieproces. 

Het adoptieproces is een proces van ONVOORWAARDELIJK AANVAARDEN van je kind. Het beeld dat je had van je kind tijdens de zwangerschap smelt samen met je baby in realiteit. Het is het begin van het ontstaan van een diepe, innige band.

Soms wordt dit adoptieproces verstoord door zaken waar je als moeder geen controle over hebt; een onverwachte ziekenhuisopname, een ingreep tijdens de bevalling, ziekte van je baby, ziekte van jezelf, …
Sommige mama’s voelen niet meteen een band met hun kind. Dit is erg normaal. Het betekent niet dat die band er niet zal komen.

Huid op huid contact met je baby stimuleert de vorming van een innige band. Je voelt je kleintje bewegen en ademen. Vooral de eerste uren na de geboorte zijn de meeste baby’s heel alert en maken ze oogcontact. Jouw baby voelt op zijn beurt een vertrouwd contact in een heel nieuwe, onzekere wereld. Hij voelt een vertrouwde hartslag, de beweging van je ademhaling, de warmte van je huid, de trillingen van je stem en aanvaardt jou onvoorwaardelijk als zijn mama.
Ook als papa is jouw aanwezigheid tijdens die eerste uren en dagen onontbeerlijk. Het dragen van je baby op je blote borst versterkt je vadergevoel en is een krachtige eerste kennismaking.

Voel je een donkere wolk… blijf er niet alleen mee zitten, praat erover en zoek op tijd hulp als je het gevoel hebt dat je erin verdwijnt.

Het is heel erg normaal dat de tranen je soms nader staan dan het lachen die eerste dagen en weken na de geboorte.

Niks is zo intens en levensveranderend dan het krijgen van een kind. Elk kind en elke geboorte is ook anders, je kan je er moeilijk op voorbereiden.

baby in rekbaar draagdoekMijn advies als mama van 3:

  • Zorg goed voor jezelf en steun elkaar als ouders.
  • Partners: zorg goed voor de mama, jouw hulp en steun is die eerste dagen cruciaal! Een pas bevallen vrouw is zeer kwetsbaar en niet altijd sterk genoeg om aan te geven wat ze wil en nodig heeft, aan jou de belangrijke taak om haar hierin te helpen. Bespreek dit ook vooraf.
  • Voel wat jij wil en waar jij nood aan hebt en laat andere zaken voorlopig staan: kraambezoek – een huis gelekt en gestrekt – doopsuiker – geboortekaartjes die à la minute verstuurd worden – meteen een platte buik – …
  • Denk en voel goed na wat je echt nodig hebt en gun jezelf die eerste dagen die tijd om rustig kennis te maken!
  • Wees vooral lief voor jezelf, je bent geen perfecte moeder, maar wel de enige onvervangbare moeder voor jouw kindje.

En uiteraard: draag je kindje 🙂 en zeker de partners mogen dit niet vergeten.
Er is niks zo magisch als je kindje tegen je aan voelen ontspannen en in slaap voelen vallen.

 

*** In het boek wordt uitgebreid besproken wat je kan doen wanneer er iets misliep tijdens dat eerste adoptieproces of de daaropvolgende maanden. Roep vooral op tijd hulp in van iemand die kennis heeft van ‘Infant Mental Health therapie’ ***

Op deze website vind je alvast meer informatie: World association for Infant Mental Health Vlaanderen.

 

 

Waarom babydragen zo natuurlijk is… een stukje biologie en ontwikkelingsgeschiedenis

Over onze natuur … de biologie van babydragen

In de natuur kan je dieren indelen naargelang de aard van hun jongen. Je hebt nestvlieders en nestblijvers.

Nestvlieders zijn jongen die meteen na de geboorte al mee moeten kunnen met hun ouders. Ze zijn bij hun geboorte vrij ontwikkeld en lopen al na enkele minuten rond. De melk van nestvlieders is eiwitrijk zodat de jongen snel kunnen groeien. Wanneer een jong zijn moeder kwijtraakt, begint hij luid te roepen om haar zo snel mogelijk terug te vinden.
Voorbeelden van nestvlieders zijn paard, giraf, olifant en koe.

Nestblijvers worden zwak en onderontwikkeld geboren. Ze zijn vaak naakt en kunnen zich heel beperkt bewegen. Hun oren en ogen zijn dicht. Ze zijn volledig afhankelijk van hun moeder om te overleven. Nestblijvers moeten de eerste weken na de geboorte in hun nest blijven terwijl de moeder op jacht gaat naar voedsel. De melk van nestblijvers is zeer vet zodat ze acht uur alleen kunnen blijven. De jongen houden zich tijdens de afwezigheid van hun moeder stil om geen roofdieren te lokken.
Voorbeelden van nestblijvers zijn hond, kat en muis.

Lang dacht men dat alle zoogdieren in een van deze groepen pasten. In de jaren zeventig onderscheidde men een derde categorie: de draagling.

Draaglingen worden wel hulpeloos geboren, maar hun zintuigen functioneren. Ze worden door hun ouder gedragen omdat ze zich nog niet of onvoldoende alleen kunnen voortbewegen. Het skelet is zo ontwikkeld dat ze zich optimaal kunnen vastgrijpen aan de moeder. De melk van draaglingen bevat minder eiwitten dan die van nestvlieders en minder vetten dan die van nestblijvers, ze is daarentegen rijk aan koolhydraten die de groei van de hersenen bevordert. Draaglingen moeten regelmatig kleine porties melk krijgen om in hun voedingsbehoeften te voorzien. Ze moeten dus dicht bij hun moeder blijven om voorzien te worden van warmte, voedsel en bescherming. Wanneer ze van hun moeder gescheiden raken, beginnen ze meteen in hoge nood te roepen.
De bekendste draaglingen zijn apen.

Pasgeboren baby

Een baby weet instinctief dat hij zonder zijn verzorger reddeloos verloren is.

Dragen is je baby voorzien in de basisbehoefte naar aanraking en nabijheid.

 

 

De mens is een draagling

Een baby wordt wel hulpeloos geboren, maar niet doof en blind. Je kan een baby niet zomaar acht uur alleen laten. Hij moet dicht bij zijn moeder zijn om zijn lichaamstemperatuur te reguleren en om zich frequent te voeden. Wanneer hij zich alleen voelt, begint hij hard te huilen (contacthuilen).
Vanuit onze geschiedenis is de mens aangepast aan een nomadisch leven. We trokken over het land om voedsel te zoeken. Een baby die achtergelaten werd, stierf een gewisse dood.

Anatomie en reflexen

Ook de anatomie en reflexen van een baby zijn gericht op gedragen worden.
Pasgeborenen hebben O-benen en naar elkaar gerichte voeten om zich ‘vast te klemmen’. Wanneer je hen opneemt, trekken ze hun benen op en spreiden ze die. De grijp-reflex en Moro-reflex wijzen ook op een geschiedenis van dragen.
De heupen en de rug van een baby zijn gemaakt om gedragen te worden, niet om plat te liggen.


De ontwikkeling van de rug bepaalt hoe je je baby veilig ondersteunt tijdens het dragen

Na de geboorte is de rug gebogen. Hij heeft nog niet de typische S-vorm van een volwassen wervelkolom.

Babydragen 0-3 maand
Babydragen 0-3 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • zorg dat je baby’s luchtwegen vrij zijn, draag geen sjaals!
  • baby’s armpje steeds omhoog zoals op de foto, hierdoor staat de borstkas open
  • de kin mag niet inzakken
  • het draagsysteem moet de rug volgen en stevig ondersteunen, zonder het in een bepaalde richting te duwen.
  • draag steeds buik tegen buik en niet in de wieghouding!
  • ondersteun van knie tot knie zonder de benen te overspreiden

 

Eerst gebeurt de strekking van de nekwervels waardoor een baby zijn hoofd rechtop kan houden.
Dit duurt enkele maanden.

Baby ruggengraat 3-6 maand
Babydragen 3-6 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • een goede ondersteuning van de nek is nog steeds belangrijk
  • je baby kijkt waarschijnlijk graag rond: heupdragen en rugdragen zijn hiervoor ideaal.
  • Droeg je tot hiertoe met een rekbaar doek, dan is het nu fijn om andere draagmethoden te ontdekken: een geweven doek geeft heel veel mogelijkheden en een stevige ondersteuning.

 

 

 

 

Daarna volgt het strekken van het bekken en de lenden. Daarna is je baby klaar om zijn eerste stappen te zetten.

Babydragen 6-9 maand
Babydragen 6-9 maand – Ontwikkeling ruggengraat

 

  • een goede knie tot knie ondersteuning is nog steeds belangrijk!
  • de knieën komen tot ongeveer navelhoogte in de ‘kikkerhouding’
  • deze houding is ideaal voor een goede ontwikkeling van het heupgewricht en helpt heupdysplasie voorkomen.

 

 

 

 

Door je baby te dragen in een draagdoek of ergonomische drager kan je de rug ideaal ondersteunen.
Zorg dat je de draagdoek of draagzak veilig en correct aanspant!