Waarom babydragen zo natuurlijk is… een stukje biologie en ontwikkelingsgeschiedenis

Waarom babydragen zo natuurlijk is ...

een stukje biologie en ontwikkelingsgeschiedenis.

Pure Baby Love Light Grey

In de natuur kan je dieren indelen naargelang de aard van hun jongen. Je hebt nestvlieders en nestblijvers.

NESTVLIEDERS zijn jongen die meteen na de geboorte al mee moeten kunnen met hun ouders. Ze zijn bij hun geboorte vrij ontwikkeld en lopen al na enkele minuten rond. De melk van nestvlieders is eiwitrijk zodat de jongen snel kunnen groeien. Wanneer een jong zijn moeder kwijtraakt, begint hij luid te roepen om haar zo snel mogelijk terug te vinden.
Voorbeelden van nestvlieders zijn paard, giraf, olifant en koe.

NESTBLIJVERS worden zwak en onderontwikkeld geboren. Ze zijn vaak naakt en kunnen zich heel beperkt bewegen. Hun oren en ogen zijn dicht. Ze zijn volledig afhankelijk van hun moeder om te overleven. Nestblijvers moeten de eerste weken na de geboorte in hun nest blijven terwijl de moeder op jacht gaat naar voedsel. De melk van nestblijvers is zeer vet zodat ze acht uur alleen kunnen blijven. De jongen houden zich tijdens de afwezigheid van hun moeder stil om geen roofdieren te lokken.
Voorbeelden van nestblijvers zijn hond en hond.

Lang dacht men dat alle zoogdieren in een van deze groepen pasten. In de jaren zeventig onderscheidde men een derde categorie: de draagling.

De mens is een draagling!

Een baby weet instinctief dat hij zonder zijn verzorger reddeloos verloren is.

DRAAGLINGEN worden wel hulpeloos geboren, maar hun zintuigen functioneren. Ze worden door hun ouder gedragen omdat ze zich nog niet of onvoldoende alleen kunnen voortbewegen. Het skelet is zo ontwikkeld dat ze zich optimaal kunnen vastgrijpen aan de moeder. De melk van draaglingen bevat minder eiwitten dan die van nestvlieders en minder vetten dan die van nestblijvers, ze is daarentegen rijk aan koolhydraten die de groei van de hersenen bevordert. Draaglingen moeten regelmatig kleine porties melk krijgen om in hun voedingsbehoeften te voorzien. Ze moeten dus dicht bij hun moeder blijven om voorzien te worden van warmte, voedsel en bescherming. Wanneer ze van hun moeder gescheiden raken, beginnen ze meteen in hoge nood te roepen.
De bekendste draaglingen zijn apen.

Een baby wordt wel hulpeloos geboren, maar niet doof en blind. Je kan een baby niet zomaar acht uur alleen laten. Hij moet dicht bij zijn verzorger zijn om zijn lichaamstemperatuur te reguleren en om zich frequent te voeden. Wanneer hij zijn verzorger niet kan voelen, zien, horen, ruiken begint een baby vaak hard te huilen. Dit noemt men contacthuilen.

Vanuit onze geschiedenis is de mens aangepast aan een nomadisch leven. We trokken over het land om voedsel te zoeken. Een baby die achtergelaten werd, stierf een gewisse dood. 

Dragen is je baby voorzien in de basisbehoefte naar aanraking, nabijheid en beweging!

Door je baby te dragen in een draagdoek of ergonomische drager kan je de rug ideaal ondersteunen. Zorg dat je de draagdoek of draagzak veilig en correct aanspant!

ANATOMIE EN REFLEXEN

Ook de anatomie en reflexen van een baby zijn gericht op gedragen worden.
Pasgeborenen hebben O-benen en naar elkaar gerichte voeten om zich ‘vast te klemmen’. Wanneer je hen opneemt, trekken ze hun benen op en spreiden ze die. De grijp-reflex en Moro-reflex wijzen ook op een geschiedenis van dragen.
De heupen en de rug van een baby zijn gemaakt om gedragen te worden, niet om plat te liggen.

De ontwikkeling van de rug bepaalt hoe je je baby veilig ondersteunt tijdens het dragen

DRAGEN TUSSEN O EN 3 MAAND

Na de geboorte heeft de rug nog niet de typische S-vorm van een volwassen wervelkolom.

  • Zorg dat je baby’s luchtwegen vrij zijn, draag geen sjaals!
  • Baby’s armpje steeds omhoog zoals op de foto, hierdoor staat de borstkas open
  • De kin mag niet inzakken
  • Het draagsysteem moet de rug volgen en stevig ondersteunen, zonder het in een bepaalde richting te duwen.
  • Draag steeds buik tegen buik en niet in de wieghouding!
  • Ondersteun van knie tot knie zonder de benen teveel te spreiden.

Eerst gebeurt de strekking van de nekwervels waardoor een baby zijn hoofd rechtop kan houden.
Deze ontwikkeling duurt enkele maanden.

DRAGEN TUSSEN 3 EN 6 MAAND

  • Een goede ondersteuning van de nek is nog steeds belangrijk
  • Je baby kijkt waarschijnlijk graag rond: heupdragen en rugdragen zijn hiervoor ideaal.
  • Droeg je tot hiertoe met een rekbaar doek, dan is het nu fijn om andere draagmethoden te ontdekken: een geweven doek geeft heel veel mogelijkheden en een stevige ondersteuning.

Daarna volgt het strekken van het bekken en de lenden. Daarna is je baby klaar om zijn eerste stappen te zetten.

DRAGEN VANAF 6 MAAND

  • Een goede knie tot knie ondersteuning is nog steeds belangrijk!
  • De knieën komen tot ongeveer navelhoogte in de ‘kikkerhouding’
  • Deze houding is ideaal voor een goede ontwikkeling van het heupgewricht en helpt heupdysplasie voorkomen.

Geef een reactie

vier + 13 =